Van de Belgen leeft 14,6 procent onder de
armoedegrens. Dat blijkt uit het eerste Federaal Jaarboek Armoede dat
donderdag werd voorgesteld. Vooral jongeren en ouderen lopen een zeer hoog
armoederisico.
De armoedegrens, dat is in concrete cijfers: 973 euro per maand voor
een alleenstaande en 2.044 euro voor een huishouden van twee
volwassenen en twee kinderen. Bijna 15 procent van de Belgen kwam daar in 2010
dus niet aan, zo blijkt uit het rapport.
Bij jongeren en ouderen ligt dat cijfer nog een pak hoger. Bijna 20
procent van de 65-plussers is arm. Bij jongeren tot 15 jaar is dat 18,5
procent. Van de kinderen tussen 0 en 2 leeft zelfs 22 procent in armoede.
Dat die cijfers zo hoog zijn is onrustwekkend, zeggen de auteurs,
want mensen die hun kindertijd in armoede doorbrengen, lopen een
significant risico om gedurende hun volwassen leven ook in de armoede te
belanden. "Armoede tast niet alleen hun wijk aan, maar ook hun
intimiteit, hun psychosociaal leven en de relaties met hun ouders en
leeftijdgenoten."
Hoewel het armoederisico in België bij ouderen hoger is dan in onze
buurlanden, is de armoede minder 'diep' dan het Europese
gemiddelde. Dat komt gedeeltelijk door de bijstandsregeling in België. Hoewel
de pensioenen de afgelopen 20 jaar gevoelig zijn gestegen, dringt
een inhaalbeweging zich op als we voor ouderen een minimale
levensstandaard willen verzekeren, zeggen de auteurs van het jaarboek.
Belga
Archieffoto Jan Van der Perre