Op het assisenproces van Carlos Van Deun buigt de Antwerpse volksjury zich momenteel over de vier schuldvragen. Is de 47-jarige man schuldig aan de moord op zijn echtgenote Nancy Hendrickx, of maakte hij zich schuldig aan doodslag of aan opzettelijke slagen met ongewild haar dood tot gevolg? Of handelde hij vanuit een zodanig zware alcoholverslaving dat het een stoornis is?
Carlos kreeg eerder op de dag nog het laatste woord. Hij vertelde aan de kinderen van het slachtoffer dat hun moeder altijd van hen gehouden had. Ook haar zus Jeanine had ze volgens hem altijd graag gezien.
Hij richtte echter ook het woord tot meester Christian Clement, de
advocaat van Jeanine. "U hebt maandag op mijn hart getrapt door te
zeggen dat ik op het graf van Nancy spuw met mijn leugens. Welnu,
meester, ik spuw op u", zei Carlos.
De assisenvoorzitter snoerde de beschuldigde daarop de mond. "Daar
dient een laatste woord niet voor, mijnheer Van Deun." Carlos
vertelde tot slot nog dat hij Nancy graag gezien had en dat hij haar nog
altijd graag ziet.
Volgens de burgerlijke partijen handelde Carlos met voorbedachten rade en gaat het dus om een moord. Het openbaar ministerie vroeg de jury om Van Deun zeker schuldig te verklaren aan doodslag, maar liet de beslissing over de voorbedachtheid aan de gezworenen over.
De verdediging pleitte voor bijkomend onderzoek om na te gaan of
Carlos niet aan het syndroom van Korsakov lijdt - een blijvende
geheugenstoornis door overmatig alcoholverbruik - maar het hof ging daar
niet op in.
Zijn advocaat vroeg de jury om te oordelen dat zijn cliënt geen schuld trof, omdat hij zodanig zwaar verslaafd is dat het een stoornis
is. Hij betwist de intentie tot doden en pleitte voor een
herkwalificatie naar het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen
met ongewild de dood tot gevolg.