De zaak Van Bellingen (UPDATE)

Te midden van de heisa rond de SMS-perikelen van Yves Leterme en zijn (zelfverklaarde) maîtresse rijst de vraag waar de grenzen van het journalistieke onderzoek liggen. Worden die overschreden of niet? In minstens één geval is het echter duidelijk dat het verzamelde journaille van de kwaliteitspers dit niet heeft gedaan: de zaak Van Bellingen. In […]

Te midden van de heisa rond de SMS-perikelen van Yves Leterme en zijn (zelfverklaarde) maîtresse rijst de vraag waar de grenzen van het journalistieke onderzoek liggen. Worden die overschreden of niet? In minstens één geval is het echter duidelijk dat het verzamelde journaille van de kwaliteitspers dit niet heeft gedaan: de zaak Van Bellingen.

In 2006 geraakte Wouter Van Bellingen in Sint-Niklaas verkozen vanop een progressieve kartellijst rond SP.a boegbeeld Freddy Willockx. Zijn voorkeurstemmen en het feit dat hij voor het toenmalige Spirit op die lijst stond, bezorgden hem de schepenzetel van jeugd, internationale samenwerking en burgerzaken. Daardoor werd deze door een Vlaamsgezinde familie geadopteerde zoon van Rwandese ouders de eerste zwarte schepen van Vlaanderen, iets dat blijkbaar niet door iedereen gesmaakt werd.

In februari 2007 kwam hij in het internationale nieuws toen bleek dat een drietal koppels omwille van zijn “zwart” zijn door niet door hem in het echt verbonden wilden worden. Van Bellingen besloot toen, in samenspraak met burgermeester Freddy Willockx, om geen klacht tegen de drie koppels in te dienen voor het overtreden van de wetgeving op racisme, maar om in de plaats daarvan een breed uitgesmeerde massatrouw te organiseren in het kader van een Internationale Dag voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie. Er kwamen 626 koppels opdagen.

Tot hier de prachtig georkestreerde mediastunt, maar er blijven vragen die nooit opgehelderd zijn. Dé grote vraag is waarom Van Bellingen of het gemeentebestuur van de stad Sint-Niklaas of het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding nooit een dossier hebben opgemaakt tegen deze koppels die op een flagrante en duidelijk bewijsbare manier de antiracismewet hadden overtreden.

Nog voor de massale trouwpartij, deed het verhaal de ronde dat de families die geweigerd hadden om door een “zwarte” getrouwd te worden daarbij niet zozeer verwezen naar zijn huidskleur, dan wel naar het feit dat hij in een radicaal “Vlaams nest” was groot gebracht. Zo is de in 1980 overleden Vlaams-nationalistische radicale voorman Amedee Verbruggen die een zoon verloor aan het Oostfront, de grootoom van Van Bellingen. Wouter stamt dus uit een Vlaamse – dus “zwarte” – familie, iets wat voor een aantal Belgicisten een brug te ver zou zijn.

En dan is er Marc Schoeters – leraar Nederlands voor anderstaligen in Antwerpen – die reeds in maart 2007 een open, maar geweigerde brief schreef aan De Standaard om aan te kaarten dat hij over betrouwbare informatie beschikt die bewijst dat de racistische families allochtonen zijn! En daar zou volgens hem het schoentje wringen, want racistisch ingestelde vreemdelingen verkopen moeilijker dan de eeuwige mantra van de racistische blanke man/vrouw (zie ook de persmededeling van Spirit daaromtrent). Omwille van die reden zou er dan ook geen klacht ingediend zijn bij het CGKR. Als privépersoon heeft Van Bellingen natuurlijk het recht om al dan niet een aangifte te doen, als schepen die de democratische rechtstaat vertegenwoordigt is het echter zijn plicht, stelt Schoeters dan ook terecht. Door geen klacht in te dienen, schoffeert hij de zwarte gemeenschap én geeft hij een de facto vrijgeleide aan de daders van het misdrijf.

De namen van de personen in kwestie zijn bekend bij een aantal medewerkers van het stadhuis, waarschijnlijk bij Van Bellingen ook, dixit Schoeters. Bovendien kan er altijd klacht tegen onbekenden worden ingediend. Ook het CGKR kan zelf in actie schieten om dit te onderzoeken, daartoe is het opgericht! Het is schrijnend en stemt tot nadenken waarom dit niet is gebeurd.

Het is echter even schrijnend dat geen enkele journalist van de op de massatrouw massaal verzamelde schrijvende pers deze pistes heeft onderzocht op hun correctheid. Wanneer er nu vragen gesteld worden over het al dan niet overschrijden van de grenzen (van de privésfeer) van het journalistieke onderzoek in het kader van de affaire Yves Leterme, kan er minstens even duidelijk gesteld worden dat dit 4 jaar geleden in de zaak Van Bellingen zeker niet het geval was, integendeel! En dat is een spijtig en gevaarlijk precedent, want zacht heelmeesters maken stinkende wonden – nu of morgen. (EJ)

Reactie van Wouter Van Bellingen

Nadat dit bericht op onze site was verschenen, stuurde Wouter Van Bellingen deze reactie:

Beste,
Ik zou toch even uw bronnen checken en niet u enkel baseren op blogs en zogezegde niet gepubliceerde brieven. Trouwens had die persoon zich tot mij gewend dan had ik hem beleefd geantwoord. Bovendien is de publicatie van een  artikel over iemand  zonder de betrokkene aan het woord te laten niet echt professioneel.

Ik kan u formeel zeggen nadat er in de pers aandacht was besteed aan de verdeling van de mandaten van het nieuwe College van  Burgemeester en Schepenen, zich in de loop van de maanden november en  december 2006 enkele incidenten/woordenwisselingen  hebben voorgedaan aan de  loketten van de burgerlijke stand in verband met de persoon van de nieuwe schepen van burgerlijke stand, in casu mij.

In één geval deelde de vader van een bruidspaar dat wenste te trouwen in 2007 mee dat de aanstaande schoonfamilie het niet zag zitten om in de echt verbonden te worden door een schepen met zwarte huidskleur. In een ander geval deelde een aanstaand bruidspaar mee dat hun voorgenomen huwelijk uit de agenda mocht geschrapt worden, omwille van dezelfde reden als in voorgaand geval. Een derde incident ging over een toekomstig bruidspaar dat te kennen gaf dat het niet hoorde dat huwelijken door een anders gekleurde schepen werden voltrokken.

Deze feiten werden gemeld aan de departementschef burgerzaken. Er werd geen verslag hiervan opgemaakt, er werden ook geen namen en adressen van de betrokkenen genoteerd. Verder werd in overleg met de burgemeester en mij afgesproken om aan het loket geen discussies over dit onderwerp te voeren. Indien gewenst konden en kunnen aanstaande bruidsparen naar de burgemeester of naar de mij doorverwezen werden. In geen enkel van deze gevallen was er al een officiële aangifte van het huwelijk. Dit is de gewone gang van zaken. Deze aangifte kan ook maar vanaf 6 maanden voor het huwelijk, en het is gebruikelijk dat mensen eerst inlichtingen inwinnen aangaande een aantal andere praktische zaken. In Sint-Niklaas hoeft men ook niet te wachten tot de officiële aangifte om een dag en uur te reserveren. Er nooit van enig bevel, instructie of advies aan de betrokken ambtenaren sprake geweest. Aangezien de personen niet gekend waren, konden er geen aanklacht ingediend worden. Daarnaast kan ik u formeel zeggen dat verschillende journalisten van kranten en dagbladen deze zaak onderzocht hebben. Ik verzoek u vriendelijk dit op uw forum te plaatsen zoniet ben ik genoodzaakt verdere stappen te ondernemen.

Met groeten.
Wouter Van Bellingen

Wij vonden het de moeite om Wouter Van Bellingen zelf aan het woord te laten, dus belden we hem nog even op.

Hoe zit het nu precies? Waren de trouwers die weigerden door een zwarte schepen in het echt verbonden te worden, Marokkanen?
Wouter Van Bellingen: Ik heb deze vraag ooit al beantwoord, ze werd ooit al gesteld door Wim Vereycken en Marie-Rose Morel. Bovendien hebben verschillende journalisten zelf de zaak uitgezocht. Wij kennen de identiteit van de toenmalige trouwers niet.

Dus trouwers worden niet geregistreerd wanneer ze de datum voor hun huwelijk komen vastleggen?
Wouter Van Bellingen: Wat veel mensen niet weten, is dat ik tien jaar gewerkt heb op het stadhuis als ambtenaar, dus ik ken de administratie voldoende. Toen deze affaire zich voordeed, was ik nog niet zo lang als schepen aangesteld. Omdat we deze zaak niet meer aandacht wilden geven dan ze verdient, besloten de burgemeester en ik om de weigering om door een zwarte schepen getrouwd te worden, stil te houden. Maar Sint-Niklaas is een klein dorp, dus vier maanden later was het nieuws als een lopend vuurtje verspreid.
Een journalist van De Morgen heeft er toen een artikel over gemaakt, waarna de bal aan het rollen ging.

De identiteit van de trouwers moet toch gekend zijn?
Wouter Van Bellingen: Wat veel mensen niet weten, is dat je je identiteit pas moet voorleggen wanneer het huwelijk officieel wordt vastgelegd. Men kan altijd komen informeren naar een beschikbare datum zonder hierbij zijn identiteit te geven. Omdat mensen vaak lang op voorhand hun zaal moeten vastleggen, kunnen ze de agenda komen inkijken zonder bewijs van identiteit. Pas zes maanden op voorhand wordt dit officieel vastgelegd en dat was in dit geval nog niet het geval.
Ondertussen zijn we vier jaar verder, voor mij zijn het oude koeien die uit de gracht worden gehaald. Nu zijn de zaken vaak omgekeerd: wanneer ik een weekje met vakantie ga, zijn trouwers net ontgoocheld omdat ik hun huwelijk niet doe, maar een vervanger. Ik sta in Sint-Niklaas niet meer bekend als de schepen van het massahuwelijk, maar wel als de schepen die vorige maand gelauwerd werd omdat Sint-Niklaas het beste jeugdbeleid van Vlaanderen heeft.

Toch vragen we ons af waarom er geen klacht werd ingediend voor racisme, tenslotte gaat het toch om een heel duidelijk geval?
Wouter Van Bellingen: We hebben dat toen overlegd met het Centrum voor Gelijke Kansen, maar het is onmogelijk om een klacht in te dienen tegen onbekenden, net hetzelfde als bij laster en eerroof. Je moet de betrokken persoon kunnen identificeren.

Heeft het hele incident nog sporen nagelaten?
Wouter Van Bellingen: Absoluut niet: vorige week wonnen we nog een prijs voor ons jeugdbeleid, de mensen van Sint-Niklaas zien wat er verandert. Het enige gevolg, maar dat beschouw ik als een positief gevolg, is dat de mensen achter het massahuwelijk samen besloten hebben om ook een benefiet voor Haïti op te zetten. Zij hebben begrepen dat je verder kan geraken door samen te werken. Met respect en samenwerking kan je ongelofelijk veel realiseren, en dat is de belangrijkste boodschap!

Clint deed de test!
Aangezien het hele verhaal ondertussen tot één van onze langere artikels ooit uitgegroeid is, besloot Clint om zelf de test te doen, dus belden wij naar de burgerlijke stand van Sint-Niklaas, want één van onze redacteurs was bereid om in naam van het onderzoek de huwelijksgeloften af te leggen. Wij kregen de zeer symphatieke Tatjana B. aan de lijn.

Clint: Goeiedag, ik zou graag trouwen.
Tamara B: Dat is mogelijk. Op welke datum had u dat willen doen?
Clint: 24 augustus 2011.
Tamara B: Mag ik dan even uw naam hebben?

Reacties

Sorteer op:   nieuw | oud | votes
M.K.

Puur voor de esthetische waarde, misschien zou het een goed idee zijn om een eenduidige naam te hebben voor de telefoniste: Tamara/Tatjana maak een keuze zou ik zeggen.

wpDiscuz