De Turkse regering heeft zich op de vijfde dag van het nationale protest voor het eerst ingespannen om de situatie enigszins te bedaren. Vicepremier Bülent Arinc verontschuldigde zich dinsdag na een gesprek met president Abdullah Gül voor het politiegeweld tegen vreedzame demonstranten.
Maandagnacht werd bij de protesten tegen het beleid van premier Recep Tayyip Erdogan en zijn islamitisch-conservatieve AKP-partij een tweede betoger gedood. Bij de lijkschouwing werd vastgesteld dat hij een zware schedelbreuk had opgelopen. Dat berichtten de Turkse media op gezag van het Openbaar Ministerie in Antiochië (Antakya).
De gedode demonstrant was lid van de jeugdorganisatie van de oppositionele Republikeinse Volkspartij (CHP). Een CHP-politicus zei dat de man door een traangasgranaat aan het hoofd werd getroffen.
Pas daags voordien werd bevestigd dat een demonstrant in Istanboel omkwam toen een taxichauffeur in een groep demonstranten reed. Sinds het begin van de protesten zijn volgens een artsenfederatie meer dan 2.300 mensen verwond.
Uit protest tegen de regering riep de vakbondsfederatie KESK een staking uit.
Minister van Binnenlandse Zaken Muammer Güler had dinsdag op de vijfde dag van de protesten een voorlopige schadebalans gepresenteerd. "We moeten zeker uitgaan van schade voor een omvang van meer dan 70 miljoen lira (ongeveer 30 miljoen euro)", zei de minister tijdens een parlementair debat in Ankara. Volgens zijn verklaringen kwam het in 77 van de 81 Turkse provincies tot 603 betogingen.
Belga Foto's TP





Plaats reactie
0 reacties
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties