4 maart in het jaar 1493, dat was een heuglijke dag voor Christoffel Columbus.
Dat was namelijk de dag dat hij weer in Lissabon arriveerde na zijn eerste ontdekkingsreis. Daar was hij ontzettend blij om, want ontdekkingsreizen in die tijd waren nog niet zo veilig zoals ze tegenwoordig zijn. Overal kon er een monster van Loch Ness om de hoek loeren, zeemeerminnen met de tietjes bloot konden plots opduiken en iedereen aan boord zo gek als een achterdeur maken met hun geheimzinnige gezangen, de Bermudadriehoek had al meer dan één schip opgeslokt enzovoort enzovoort. Gelukkig hadden de marsmannetjes toen nog geen UFO's en de Duitsers nog geen U-boten, anders zou Christoffel Columbus nooit uitgevaren zijn. Dat blijkt uit de geschriften van zijn vrouw Filipa. Die pende namelijk de avond voor Columbus vertrok hetvolgende neer: "Gelukkig gaan de Marsmannetjes nog te voet overal naartoe en hebben de Duitsers er nog niet aan gedacht om U-boten te bouwen, anders bleef ik morgen thuis in mij luie zetel zitten wachten tot iemand anders Indië en desnoods dat hele klote-Amerika ontdekt", zo sprak mijn man na zijn zevende glas wijn.
Maar goed, Columbus was dus blij dat hij terug thuis was en zijn vrouw, die was dat eigenlijk ook. Christoffel had namelijk allerlei leuks meegebracht: sigaren uit Cuba, een stukje strand uit Florida, vijf grammen coke uit Mexico en een handgeschilderde palmboom uit Haïti. Moest Filipa geweten hebben hoeveel kontjes van vrouwelijke inboorlingen aldaar Christoffel had betast, dan zou ze niet zo blij geweest zijn. Maar dat is natuurlijk een ander verhaal. (SL)





Plaats reactie
0 reacties
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties