In de marge van het ontvoeringsverhaal van P-journaliste Joanie De Rijke in haar boek In handen van de Taliban, weerklinkt luide kritiek. P-Hoofdredacteur Günther Van Hassel en zijn adjunct Michaël Lescroart maken zich ernstig zorgen over de bescherming van journalisten die het recht op vrije nieuwsgaring uitoefenen. Vooral de houding van defensieminister Pieter De Crem wordt over de hekel gehaald. Want “politieke angsthazerij is een veel groter goed dan de bescherming van een journaliste” volgens de twee, die nauw betrokken waren bij de afwikkeling van de spannende ontvoeringszaak.
De Rijke voerde met haar reportage in Afghanistan – de meest gewaagde in een rij stukken over het onderwerp – een operatie uit die aan serieus wat risico’s was gebonden. De groep waarmee ze had afgesproken, had korte tijd voordien tien Franse para’s ontvoerd en gedood. Dat een journaliste dat soort mensen contacteert en opzoekt voor een interview, bleek een stap te ver voor de vele critici, die de P-journaliste na de feiten confronteerden. “Ze was te roekeloos geweest. Ze had het zelf gezocht”, schrijven haar P-collega’s over de verbolgen reacties na Joanies vrijlating. “Eén blogger haalde het zelfs in zijn hoofd om het onverantwoord te vinden dat een blonde vrouw naar Afghanistan was getrokken”.
Een vergelijkbaar onbegrip liet minister van Defensie Pieter De Crem primeren boven zijn plicht een journaliste in levensgevaar de hand te reiken. Bij hem ging het echter niet om het feit of het risico al dan niet verantwoord was, maar werd een leven in gevaar gemarginaliseerd tot een probleem van nationaliteit. De Rijke woont al jaren in ons land, betaalt hier belastingen en geraakte in Afghanistan met hulp van het Belgische Leger, maar De Crem gebruikte haar Nederlandse nationaliteit om, na een eerder gedane belofte dat hij wél voor de nodige financiële middelen zou zorgen die als losgeld konden dienen, uiteindelijk zijn handen volledig van het dossier af te trekken. De Crem verwees de mensen van P door naar Nederland – notoir om zijn weigering om met terroristen te praten. Daarmee zorgde hij voor drie dagen tijdverlies in de onderhandelingen en kondigde de dag nadien met luide trom aan dat België meer troepen naar Afghanistan zou sturen. “Dat op datzelfde ogenblik een Nederlands-Belgische journaliste was overgeleverd aan de taliban, die maar wat graag voorbeelden stellen, was geen bezwaar”, nog volgens de mensen van P in het boek.
De Rijke werd uiteindelijk vrijgelaten nadat haar werkgever, samen met een aantal collega’s, voor de nodige fondsen zorgden om haar leven af te kopen. De prijs van een mensenleven: 150000 dollar. De Nederlandse overheid weigerde om mee te betalen, maar zag na wat getalm in dat een helpende hand om het geld terplaatse te krijgen en de actie te coördineren, het verschil zou maken. Op de redactie van het weekblad P vragen de betrokkenen zich ondertussen luidop af waar het recht is gebleven van elke ontvoerde op een overheid voor wie het leven zelf prioriteit heeft. (BVH)





Plaats reactie
0 reacties
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties