Wie vandaag door een Vlaamse dorpskern rijdt, kan er nauwelijks nog naast kijken: trajectcontroles en ANPR-camera’s lijken overal op te duiken. De cijfers zijn opvallend. In 2025 werd in Vlaanderen een recordaantal verkeersboetes en GAS-sancties uitgeschreven, goed voor inkomsten die oplopen tot tientallen miljoenen euro’s. Daardoor groeit bij veel inwoners de vraag: dienen deze controles vooral om de veiligheid te verhogen, of ook om de gemeentekas te spijzen?
De verschuiving van politie naar gemeente
Sinds de invoering van de zogenoemde GAS-4-wetgeving kregen gemeenten meer bevoegdheden om kleinere overtredingen zelf te bestraffen. Denk bijvoorbeeld aan:
- fout parkeren
- stilstaan waar dat niet mag
- het blokkeren van fietspaden
Waar zulke inbreuken vroeger meestal via politie en federale instanties werden afgehandeld, vloeit een deel van de opbrengsten nu rechtstreeks naar de lokale overheid. Die nieuwe bevoegdheden hebben geleid tot een investering in technologie. Veel gemeenten werken vandaag met:
- ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) die nummerplaten automatisch herkennen
- trajectcontroles die de gemiddelde snelheid tussen twee punten meten
Belangrijk: snelheidsovertredingen zelf blijven federale verkeersboetes en vallen dus niet onder het GAS-systeem.
Gemeentelijke begrotingen onder druk
Veel Vlaamse gemeenten kampen met financiële druk. Stijgende loonkosten door indexeringen, hogere energieprijzen en investeringen in mobiliteit en infrastructuur wegen zwaar op de budgetten. In dat kader kunnen inkomsten uit boetes een extra financiële bron vormen. In verschillende meerjarenplannen van gemeenten worden deze inkomsten dan ook expliciet opgenomen.
Toch benadrukken burgemeesters vaak dat boetes niet de hoofdfinanciering zijn van een gemeente. In de meeste gevallen gaat het om een relatief klein aandeel van het totale budget.
Frustratie bij burgers
De sterke toename van camera’s en automatische controles zorgt bij een deel van de bevolking voor frustratie. Vooral wanneer kleine overtredingen — bijvoorbeeld enkele kilometers per uur te snel in een zone 30 — automatisch worden beboet. Critici spreken soms van “boetefiscaliteit”: het idee dat technologie vooral wordt ingezet om zoveel mogelijk overtredingen te registreren.
Tegelijk wijzen verkeersveiligheidsorganisaties op het tegenovergestelde effect: trajectcontroles zorgen aantoonbaar voor:
- lagere gemiddelde snelheden
- minder zware verkeersongevallen
- veiliger schoolomgevingen
Waar gaat het geld naartoe?
Volgens de wet moeten inkomsten uit GAS-boetes in principe opnieuw geïnvesteerd worden in leefbaarheid en verkeersveiligheid. Dat kan bijvoorbeeld gaan naar:
- veiligere fietspaden
- verkeersremmende maatregelen
- betere schoolomgevingen
- mobiliteitsprojecten
In de praktijk is de interpretatie daarvan vrij ruim. Sommige gemeenten investeren rechtstreeks in verkeersprojecten, terwijl andere middelen ook naar bredere infrastructuur- of politiewerkingskosten gaan.
Een debat dat zal blijven terugkomen
Met de verdere uitrol van slimme camera’s en automatische controlesystemen zal de discussie over verkeershandhaving waarschijnlijk blijven bestaan. Gemeenten staan voor een delicate balans: efficiënte handhaving en verkeersveiligheid verhogen, zonder het vertrouwen van de burger te verliezen.
(Bron: Nieuws 365 – Intropic: screen grab YouTube)










Plaats reactie
0 reacties
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties